Aeschylus, de Griekse toneelschrijver die we kennen als de vader van de tragedie, stierf rond 456 voor Christus. Niet op het toneel. Niet in de strijd. Volgens de overlevering werd hij op zijn kale schedel getroffen door een schildpad die een arend uit de lucht liet vallen. De arend zou zijn hoofd hebben aangezien voor een rots waarop hij het schild kon kraken.
Klinkt als een fabeltje. En eerlijk is eerlijk: de bron is Plinius de Oudere, die eeuwen later schreef en het niet zo nauw nam met feiten. Maar de biologie klopt griezelig goed. Lammergieren gooien botten en schildpadden daadwerkelijk kapot op stenen. Ze doen het nog steeds. Of het nu waar is of niet, dit verhaal zet meteen de toon: de dood heeft een absurd gevoel voor timing.
Waarom deze verhalen ons zo blijven fascineren
Wij denken dat de aantrekkingskracht niet zit in de gruwel, maar in de wiskunde. Een auto-ongeluk is tragisch maar begrijpelijk. Stikken in je eigen baard terwijl je vlucht voor een brand is iets anders. Het voelt alsof het universum een grap maakte en die grap net iets te ver ging.
Onwaarschijnlijke doodsoorzaken zijn interessant omdat ze de grenzen laten zien van hoe onvoorspelbaar toeval is. Je kunt je hele leven veilig doen. Nooit roken, nooit hard rijden, keurig oversteken. En dan komt er een schildpad uit de hemel.
Hans Steininger en de dodelijke baard
In 1567 stierf Hans Steininger, burgemeester van het Oostenrijkse Braunau am Inn, aan zijn eigen trots. Zijn baard was volgens de overlevering ongeveer anderhalve meter lang, het pronkstuk van de stad. Normaal rolde hij hem netjes op en stopte hem in een leren zakje. Op de dag van zijn dood brak er brand uit. In de paniek vergat hij zijn baard op te bergen, struikelde erover, brak zijn nek en viel van een trap.

De baard is er nog. Hij ligt bewaard in het districtmuseum van Braunau. Je kunt hem gaan bekijken, wat wij tussen ‘ieuw’ en ‘geniaal’ plaatsen. Een man wiens grootste bezit uiteindelijk zijn ondergang werd, en dat bezit heeft hem overleefd met vier en een halve eeuw.
Als je vak je dood wordt
Sommige van de vreemdste ongelukken overkwamen mensen die precies deden waar ze goed in waren. Dat maakt ze pijnlijker en fascinerender tegelijk.
Neem Franz Reichelt, de ‘vliegende kleermaker’. In 1912 had hij een pak ontworpen dat als een parachute moest werken. Hij was er zo van overtuigd dat hij van de eerste verdieping van de Eiffeltoren sprong, ruim vijftig meter hoog, terwijl camera’s draaiden. Het pak vouwde niet open. Hij liet een krater van vijftien centimeter diep achter in de bevroren grond. De beelden bestaan nog. Reichelt aarzelt zichtbaar op de rand, bijna een minuut lang, voordat hij springt. Dat maakt het bijna ondraaglijk om te bekijken.
Of Bobby Leach, die in 1911 in een stalen vat over de Niagarawatervallen ging en het overleefde met een paar botbreuken. Vijftien jaar later gleed hij uit over een sinaasappelschil op straat in Nieuw-Zeeland, brak zijn been, kreeg gangreen en stierf. De man die de Niagara trotseerde, geveld door fruitafval.
De sinaasappelschil-paradox
Dit is precies waar wij van houden aan deze categorie. De schaal van het gevaar en de schaal van de doodsoorzaak staan volledig los van elkaar. Leach overleefde iets waar zowat niemand ter wereld aan zou beginnen. En toen kreeg een citrusvrucht hem alsnog te pakken. Er zit een oncomfortabele les in: het grote gevaar dat je ziet aankomen, bereid je je op voor. Het is het onzichtbare stukje schil dat je nekt.
De statistieken die je nachtrust niet helpen
Even iets nuchters tussendoor, want de cijfers zijn zelf al bizar genoeg. Volgens Amerikaanse ongevallendata sterven er in de VS gemiddeld meer mensen per jaar door vallende kokosnoten dan sommige jaren door haaienaanvallen. De kokosnoot-claim is overigens flink opgeblazen door slechte bronnen, dus daar geloven wij niet zomaar in. Maar het idee klopt: alledaagse objecten doden vaker dan de dingen waar we bang voor zijn.
Meer mensen sterven jaarlijks door zichzelf per ongeluk te wurgen tijdens het aankleden dan door de gemiddelde exotische ramp. Bedgerelateerde ongevallen eisen wereldwijd duizenden levens. Je bed. Het ding waarin je je het veiligst voelt.
Wanneer een menigte dodelijk wordt
Een van de meest onderschatte rare manieren om te sterven is verpletterd worden door mensen die precies hetzelfde willen als jij. In 1814 barstte er in de Londense brouwerij Meux and Company een reusachtige biertank open. Ruim anderhalf miljoen liter bier stroomde de straten van de arme wijk St Giles in, een golf van bijna vijf meter hoog. Acht mensen verdronken of werden verpletterd. In bier.

Vier jaar later, in 1919, gebeurde iets vergelijkbaars in Boston met melasse. Een opslagtank scheurde en een stroperige golf van stroop, mogelijk wel acht meter hoog, raasde met tientallen kilometers per uur door de straat. Eenentwintig doden. Getuigen vertelden dat je op warme dagen jaren later nog melasse rook opstijgen uit de straatstenen.
Wat deze rampen gemeen hebben
De vreemdste ongelukken op grote schaal draaien bijna allemaal om industriële hoogmoed die botst met zwaartekracht. Iemand bouwt iets enorms, vertrouwt op materiaal dat het net niet aankan, en de fysica corrigeert dat op de meest surrealistische manier denkbaar. Verdrinken in stroop is geen natuurramp. Het is een ontwerpfout met een absurd kostuum aan.
Wat wij hieruit halen
Deze verhalen zijn geen freakshow, of niet alléén dat. Ze zijn een correctie op ons risicogevoel, dat notoir slecht is afgesteld. We vrezen vliegtuigen en spinnen, terwijl trappen, baden en onze eigen baard veel dichterbij loeren.
Aeschylus keek waarschijnlijk niet omhoog. Bobby Leach keek niet omlaag. En daar zit de eigenlijke huiver: niet dat de dood komt, maar dat hij komt uit een richting waar niemand op let. Draag dus vooral geen anderhalve meter losse baard bij open haard. Voor de rest kun je er weinig aan doen, en misschien is dat wel de meest geruststellende en verontrustende gedachte tegelijk.


Comments
Loading…